HOOFDSTUK 40
De derde ronde
Strijd in de schemer

Tijdens de Macworld van 2006, Jobs voor een afbeelding van hemzelf en Wozniak van dertig jaar daarvoor
Familiebanden
Jobs had een brandend verlangen om het eindexamen voor de high school van zijn zoon in juni 2010 mee te maken. ‘Toen ik hoorde dat ik kanker had, maakte ik een afspraak met God of wat ook, dat ik echt graag wilde zien dat Reed zijn school afrondde, en daarmee kwam ik 2009 door,’ zei hij. In zijn laatste jaar leek Reed sprekend op zijn vader toen die 18 was, met een alwetende en wat opstandige glimlach, felle ogen en een bos donker haar. Maar van zijn moeder had hij beminnelijkheid en een zeer gevoelig inlevingsvermogen geërfd, dat bij zijn vader ontbrak. Hij was echt aardig en deed anderen graag een plezier. Als zijn vader zat te mokken aan de keukentafel en naar de grond staarde, wat vaak gebeurde als hij pijn had, was de binnenkomst van Reed het enige wat hem op kon beuren.
Reed aanbad zijn vader. Kort nadat ik aan dit boek was begonnen, kwam hij binnenvallen waar ik ook maar zat te werken en stelde voor, zoals zijn vader ook zo vaak deed, om te gaan wandelen. Hij vertelde me met zeer ernstige blik dat zijn vader geen kille, op winst beluste zakenman was, maar gemotiveerd werd door liefde voor wat hij deed en door zijn trots op de producten die hij maakte.
Nadat er bij Jobs kanker was geconstateerd, ging Reed ’s zomers werken in een kankerlaboratorium van Stanford, waar hij DNA-sequenties deed om genetische markers van darmkanker te vinden. Bij een onderzoek nam hij waar hoe mutaties in families heersten. ‘Een van de heel weinige goede kanten van mijn ziekte is dat Reed veel heeft kunnen leren van een paar heel goede artsen,’ aldus Jobs. ‘Zijn enthousiasme hiervoor is net zo groot als het mijne voor computers toen ik zo oud was. Ik denk dat de grootste innovaties van de eenentwintigste eeuw plaats zullen hebben op het snijpunt van biologie en technologie. Er breekt een nieuw tijdperk aan, net als het computertijdperk aanbrak toen ik zijn leeftijd had.’
Reed gebruikte het kankeronderzoek waaraan hij had meegewerkt, als uitgangspunt voor zijn eindwerkstuk aan de Crystal Springs Uplands School. Terwijl hij beschreef hoe centrifuges en kleurstoffen gebruikt worden voor het sequencen van DNA van tumoren, zat zijn vader met de rest van het gezin in het publiek. ‘Ik stel me voor dat Reed hier in Palo Alto een huis heeft en dan op de fiets naar zijn werk gaat als arts aan Stanford,’ zei Jobs tegen me.
Reed was in 2009, toen het erop leek dat zijn vader zou overlijden, snel volwassen geworden. Hij had voor zijn twee jongere zusjes gezorgd toen zijn ouders in Memphis waren en had een beschermend paternalisme ontwikkeld. Maar toen zijn vaders conditie in het voorjaar van 2010 stabiliseerde, kreeg zijn speelse, plagerige persoonlijkheid weer de overhand. Op een dag besprak hij waar hij zijn vriendin mee naartoe zou nemen om te eten. Zijn vader stelde Il Fornaio voor, een keurig restaurant in Palo Alto, maar Reed zei dat hij niet meer had kunnen reserveren. ‘Wil je dat ik het probeer?’ vroeg zijn vader, maar Reed wilde dat niet; hij wilde het zelf regelen. Erin, de wat bedeesde middelste van de drie kinderen, stelde voor dat ze een tipi in de tuin inrichtten en dat zij dan met de jongste, Eve, daar een romantisch maal zouden opdienen. Reed stond op en omhelsde haar. Daar zou hij haar een andere keer aan houden, dat beloofde hij.
Op een zaterdag was Reed een van de vier leden van het team van Quiz Kids van zijn school, dat deelnam aan een wedstrijd van een lokaal tv-station. Het hele gezin – op Eve na, die bij een paardrijwedstrijd zat – was gekomen om hem aan te moedigen. Terwijl het tv-team aanrommelde om op tijd klaar te zijn, probeerde zijn vader zijn geduld te bewaren; hij zat onopvallend tussen andere ouders in een van de rijen met klapstoelen. Maar hij was duidelijk herkenbaar aan zijn kenmerkende kleding van jeans en zwarte coltrui, en een vrouw zette haar stoel naast die van hem om een foto van hem te maken. Zonder naar haar te kijken stond hij op en ging aan het einde van de rij zitten. Toen Reed op het toneel verscheen, droeg hij een naambordje met ‘Reed Powell’. De quizmaster vroeg aan de leerlingen wat ze wilden worden. ‘Kankeronderzoeker,’ antwoordde Reed.
Jobs zat zelf achter het stuur van zijn tweepersoons Mercedes SL55 met Reed naast zich, terwijl zijn vrouw in haar eigen auto zat met Erin. Op weg naar huis vroeg ze haar dochter waarom zij dacht dat haar vader geen nummerbord op zijn auto wilde. ‘Om opstandig te zijn,’ antwoordde ze. Ik legde de vraag aan Jobs zelf voor. ‘Omdat mensen me soms volgen, en als ik een nummerbord heb, kunnen ze erachter komen waar ik woon,’ antwoordde hij. ‘Maar dat is nu met Google Maps eigenlijk overbodig geworden. Dus ik denk dat het eigenlijk is omdat ik het niet wil.’
Tijdens de ceremonie ter gelegenheid van de diploma-uitreiking van Reed stuurde zijn vader me met zijn iPhone een jubelende e-mail: ‘Vandaag is een van de gelukkigste dagen van mijn leven. Reed krijgt zijn highschooldiploma. Op dit moment. En tegen alle verwachtingen in ben ik erbij.’ Die avond was er een feestje bij hem thuis met goede vrienden en familie. Reed danste met ieder familielid, ook met zijn vader. Later nam Jobs zijn zoon mee naar de op een stal lijkende schuur bij het huis en bood hem daar een van zijn twee fietsen aan, waar hij toch niet meer op zou rijden. Reed grapte dat hij de Italiaanse een beetje te gay vond, dus Jobs zei dat hij dan de steviger fiets met acht versnellingen moest kiezen die ernaast stond. Toen Reed daarop zei dat hij bij zijn vader in de schuld stond, antwoordde Jobs: ‘Dat hoeft niet, want je hebt mijn DNA.’ Een paar dagen later werd Toy Story 3 uitgebracht. Jobs had de Pixar-trilogie vanaf het begin gekoesterd, en deze laatste aflevering ging over het vertrek van Andy naar college en de emoties die dat oproept. ‘Ik wilde dat ik altijd bij je kon zijn,’ zegt Andy’s moeder. ‘Dat zul je altijd zijn,’ antwoordt hij.
Jobs relatie met zijn twee jongere dochters was wat afstandelijker. Hij besteedde wat minder aandacht aan Erin, die rustig en op zichzelf is en niet precies leek te weten hoe ze met haar vader om moest gaan, vooral niet als hij hatelijke opmerkingen in het rond strooide. Ze is een evenwichtige, aantrekkelijke jongedame met een gevoeligheid die volwassener was dan die van haar vader. Ze dacht dat ze architect wilde worden, misschien vanwege haar vaders belangstelling voor dat vak, en ze had een goed gevoel voor design. Maar toen haar vader Reed de tekeningen liet zien van de nieuwe Apple Campus, zat zij ook in de keuken en leek het niet in hem op te komen om ze ook aan haar te laten zien. Waar zij in het voorjaar van 2010 erg op hoopte, was dat haar vader haar mee zou nemen naar de Oscaruitreiking. Ze was gek op film. Zelfs wilde ze er met haar vader in zijn vliegtuig naartoe vliegen en met hem over de rode loper naar binnen gaan. Haar moeder was best bereid dit keer niet mee te gaan en probeerde haar man over te halen om Erin mee te nemen. Maar hij wilde er niets van weten.
Toen ik aan de afronding van dit boek bezig was, zei Laurene tegen me dat Erin mee wilde werken aan een interview met mij. Dat is niet iets waar ik om had gevraagd, ze was nauwelijks 16 jaar, maar ik besloot met haar te praten. Het punt dat Erin benadrukte was dat ze inzag waarom haar vader niet altijd zo aardig was, en dat ze dat begreep. ‘Hij doet zijn best om zowel vader te zijn als CEO van Apple, en dat lukt hem behoorlijk goed,’ zei ze. ‘Soms wil ik wel eens dat ik meer aandacht van hem krijg, maar ik weet dat het werk dat hij doet, heel belangrijk is en ik vind dat echt cool, dus ik vind het best. Ik heb niet echt meer aandacht nodig.’
Jobs had beloofd om ieder van zijn kinderen mee te nemen op een reisje als ze tiener werden. Reed koos Kyoto – hij wist hoe zijn vader overweldigd werd door de rust van de zensfeer in die prachtige stad. Het is niet verrassend dat Erin, die 13 werd in 2008, ook Kyoto koos. Door zijn ziekte moest hij de reis afzeggen, maar hij beloofde haar dat ze dan in 2010 zouden gaan, als hij beter was tenminste. Maar in juni van dat jaar wilde hij ineens niet meer. Erin was diep teleurgesteld, maar protesteerde niet. Nu nam haar moeder haar mee naar vrienden van de familie in Frankrijk en de trip naar Kyoto werd verplaatst naar juli.
Laurene maakte zich bezorgd dat haar man de reis weer af zou zeggen en ze was dan ook dolblij dat ze begin juli naar Kona Village gingen; dan was de helft van de trip naar Japan al afgelegd. Maar op Hawaï kreeg Jobs kiespijn, wat hij negeerde, alsof hij een gaatje weg kon denken. Maar er brak een stuk van de kies af en dat moest hersteld worden. Toen brak de crisis rond de antenne van de iPhone 4 uit en besloot hij naar Cupertino terug te vliegen, waarbij hij Reed meenam. Powell en Erin bleven op Hawaï, in de hoop dat Jobs terug zou komen en alsnog met hen naar Kyoto zou vliegen.
Tot ieders opluchting, én ook wel verrassing, kwam Jobs na de persconferentie terug naar Hawaï en ging hij met hen naar Japan. ‘Het is een wonder,’ zei Powell tegen een vriendin. Terwijl Reed thuis in Palo Alto voor Eve zorgde, verbleven Erin en haar ouders in de Tawaraya Ryokan, een luxueuze herberg van sublieme eenvoud waar Jobs gek op was. ‘Het was fantastisch,’ vertelde Erin.
Twintig jaar eerder had Jobs Erins halfzus, Lisa Brennan-Jobs, meegenomen naar Japan toen ze ongeveer even oud was. Tot haar mooiste herinneringen behoren de verrukkelijke maaltijden die ze samen aten, en te zien hoe hij, een moeilijke eter, unagi sushi en andere lekkernijen verorberde. Toen ze zag dat hij genoot van het eten, voelde Lisa zich voor de eerste keer ontspannen bij hem. Erin herinnerde zich iets vergelijkbaars: ‘Dad wist waar hij iedere dag wilde gaan lunchen. Hij zei dat hij een ongelooflijk restaurant kende waar soba (boekweitnoedels) geserveerd werd; hij nam me er mee naartoe en het was zo lekker dat je nauwelijks nog ergens soba kunt eten omdat het zelfs niet in de buurt komt.’ Ze vonden een klein lokaal sushirestaurant, dat Jobs in zijn iPhone zette met ‘beste sushi die ik ooit gegeten heb’. Erin was het met hem eens.
Ze brachten ook een bezoek aan Kyoto’s beroemde tempels van het zenboeddhisme. Erin vond de Saih0-ji het mooist. Deze tempel wordt ook wel de ‘Mostempel’ genoemd vanwege de tuin die rond de Gouden Vijver is aangelegd, waarin meer dan honderd soorten mos worden onderhouden. ‘Erin was echt, echt gelukkig, wat heel erg prettig was en wat hielp om de band met haar vader te verstevigen,’ vertelde Powell. ‘Ze verdiende dat.’
Hun jongste dochter Eve is heel anders. Zij is flink en zelfverzekerd en werd in het geheel niet geïntimideerd door haar vader. Haar passie is paardrijden en ze heeft zich voorgenomen om uitgezonden te worden naar de Olympische Spelen. Toen een instructeur tegen haar zei hoeveel werk daarvoor nodig was, antwoordde ze: ‘Vertel mij maar precies wat ik moet doen en ik zal het doen.’ Dat deed hij en zij begon trouw zijn programma af te werken.
Eve was een expert op het moeilijke terrein van haar zin krijgen bij haar vader; vaak belde ze rechtstreeks zijn assistent bij Apple om te zorgen dat iets in zijn agenda werd gezet. Ook is ze een behoorlijk goede onderhandelaar. Toen het gezin in een weekeinde in 2010 een reisje had gepland, wilde Erin dat het vertrek een halve dag werd uitgesteld, maar durfde ze het niet aan haar vader te vragen. Eve, toen 12 jaar oud, bood aan om het namens haar te doen, en bij het avondeten legde ze de zaak voor aan haar vader alsof ze als advocaat voor het Hooggerechtshof stond. Jobs onderbrak haar – ‘Nee, ik geloof niet dat ik dat wil’ – maar het was duidelijk dat hij meer geamuseerd was dan geïrriteerd. Later die avond besprak ze met haar moeder de verschillende manieren waarop ze haar zaak beter over het voetlicht had kunnen brengen.
Jobs kreeg waardering voor haar instelling – en zag veel van zichzelf in haar terug. ‘Ze is een kanjer en heeft de sterkste wil van alle kinderen die ik ooit heb gekend,’ zei hij. ‘Alsof ik mezelf terugzie.’ Hij begreep haar persoonlijkheid heel goed, misschien vanwege die overeenkomst. ‘Eve is gevoeliger dan veel mensen denken,’ verklaarde hij. ‘Ze is zo slim dat ze mensen een beetje kan overdonderen, en dat betekent dat ze zich van haar vervreemden en dan komt ze alleen te staan. Ze zit nu in het proces waarin ze leert te zijn wie ze is en ze slijpt de scherpe kantjes er wat af zodat ze de vrienden kan hebben die ze nodig heeft.’
Jobs’ relatie met zijn vrouw was soms nogal gecompliceerd, maar altijd oprecht. Laurene Powell, slim en betrokken, was een stabiliserende factor. Hij compenseerde zijn egocentrische impulsen door zich te omringen met wilskrachtige en gevoelige mensen, en daar was Laurene het beste voorbeeld van. Ze bemoeide zich een beetje met zakelijke kwesties, erg met familieaangelegenheden en heel erg met medische zaken. Toen ze net getrouwd waren, richtte ze met anderen College Track op, een nationaal programma voor naschools onderwijs waardoor kinderen uit achterstandssituaties geholpen worden high school af te maken en naar college te gaan. Ze is daarna meer en meer een leidende kracht geworden in de beweging van onderwijshervorming. Jobs had grote bewondering voor het werk van zijn vrouw: ‘Wat zij met College Track heeft gedaan, vind ik echt indrukwekkend.’ In het algemeen stond hij echter afwijzend tegenover goede doelen en haar centra voor naschoolse opvang heeft hij nooit bezocht.
In februari 2010 vierde Jobs zijn vijfenvijftigste verjaardag met uitsluitend zijn gezin. De keuken was versierd met slingers en ballonnen en de kinderen gaven hem een kroon van rood fluweel, die hij de hele dag op hield. Nu hij dat vreselijke jaar van gezondheidsproblemen achter de rug had, hoopte Powell dat hij meer aandacht zou schenken aan zijn gezin. Maar hij ging zich toch weer vooral op zijn werk richten. ‘Volgens mij was dat heel moeilijk voor de kinderen,’ vertelde ze me. ‘Nadat hij twee jaar ziek was geweest, werd hij eindelijk een beetje beter, en zij hadden verwacht dat hij zich nu wat meer op hen zou richten, maar dat deed hij niet. Zij wilde er zeker van zijn, zei ze, dat beide kanten van zijn persoonlijkheid in dit boek tot uiting zouden komen en in hun context worden geplaatst. ‘Zoals zoveel mensen met buitengewone talenten, is hij niet op ieder gebied buitengewoon,’ zei ze. ‘In gezelschap is hij niet altijd vriendelijk en hij zal zich nooit andermans situatie in willen denken, maar hij is wel diep betrokken bij het sterker maken van de mensheid, de vooruitgang van de mensheid, en wil haar daarvoor de juiste gereedschappen in handen geven.’
President Obama
Tijdens een reis naar Washington aan het begin van de herfst van 2010 had Powell gesproken met enkele vriendinnen die in het Witte Huis werkten, en die hadden haar verteld dat president Obama in oktober een bezoek zou brengen aan Silicon Valley. Ze stelde voor dat hij misschien haar man wel zou willen ontmoeten. Obama’s assistenten vonden het een leuk idee; het paste in zijn nieuwe nadruk op concurrentie. Bovendien had John Doerr, de durfkapitalist die nauw bevriend was geraakt met Jobs, tijdens een vergadering van de presidentiële Economic Recovery Advisory Board verteld waarom de VS volgens Jobs hun scherpte aan het verliezen waren. Ook hij stelde voor dat Obama Jobs eens zou spreken. Dus werd er in het programma van de president een halfuur ingeruimd voor een ontmoeting op Westin San Francisco Airport.
Er was echter een probleem. Toen Powell dit aan haar man vertelde, zei hij dat hij er geen zin in had. Hij was geërgerd dat ze het achter zijn rug om geregeld had. ‘Ik wil niet ingepast worden voor een obligate ontmoeting zodat hij af kan strepen dat hij een CEO heeft gesproken,’ zei hij tegen haar. Zij benadrukte echter dat Obama zich ‘er echt op verheugde om je te ontmoeten’. Jobs antwoordde dat Obama dan maar moest bellen en persoonlijk om een ontmoeting moest vragen. De patstelling duurde vijf dagen. Ze belde Reed, die op Stanford was, om te vragen of hij thuis wilde komen eten om te proberen zijn vader over te halen. Ten slotte gaf Jobs toe.
De ontmoeting duurde uiteindelijk vijfenveertig minuten en Jobs gaf ongezouten zijn mening. ‘U bent op weg naar een presidentschap van één termijn,’ zei hij al direct bij aanvang. Om dat te voorkomen, zei hij, moest de regering veel vriendelijker worden voor bedrijven. Hij beschreef hoe gemakkelijk het was om in China een fabriek te bouwen en dat zoiets in de Verenigde Staten tegenwoordig bijna onmogelijk was, grotendeels vanwege allerlei bepalingen en onnodige kosten.
Jobs had ook kritiek op het Amerikaanse onderwijsstelsel, dat volgens hem hopeloos ouderwets was en gehinderd werd door de regels van de vakbonden. Totdat de vakbonden van leerkrachten hun macht kwijt waren, was er nauwelijks hoop op onderwijshervormingen. Leerkrachten moesten behandeld worden als specialisten, zei hij, niet als fabrieksarbeiders die aan de lopende band staan. Schoolhoofden zouden de bevoegdheid moeten hebben om hen aan te nemen en te ontslaan op basis van hun kwaliteiten. Scholen zouden tot minstens 6 uur ’s avonds en elf maanden per jaar open moeten zijn. Het was belachelijk, voegde hij hier nog aan toe, dat de inrichting van schoolklassen nog steeds gebaseerd was op leerkrachten die voor een schoolbord voor in de klas staan waar schoolboeken worden gebruikt. Alle schoolboeken, leermaterialen en tests zouden digitaal en interactief moeten zijn, aangepast aan iedere afzonderlijke leerling en met directe feedback.
Jobs bood aan om een groep van zes of zeven CEO’s te vormen die de uitdagingen op het gebied van innovatie waar Amerika voor staat, uit kunnen leggen en de president nam dat aanbod aan. Daarop stelde Jobs een lijst samen van mensen die elkaar in december in Washington zouden ontmoeten. Nadat jammer genoeg Valerie Jarrett en andere assistenten van de president zelf namen aan het lijstje toe waren gaan voegen, bestond de groep uiteindelijk uit twintig namen, met aan het hoofd Jeffrey Immelt van General Electric. Daarop stuurde Jobs een e-mail aan Jarrett waarin hij het had over een opgeblazen lijst en meedeelde dat hij niet van plan was om te komen. Maar zijn gezondheidsproblemen speelden inmiddels weer op en hij was daar toch niet toe in staat geweest, zoals Doerr de president persoonlijk vertelde.
In februari 2011 maakte Doerr plannen om als gastheer op te treden bij een klein diner ter ere van de president in Silicon Valley. Hij en Jobs gingen samen met hun vrouwen eten in het Griekse restaurant Evvia in Palo Alto om de gastenlijst samen te stellen. Bij het twaalftal uitverkoren titanen van de technologie bevonden zich Eric Schmidt van Google, Carol Bartz van Yahoo, Mark Zuckerberg van Facebook, John Chambers van Cisco, Larry Ellison van Oracle, Art Levinson van Genentech en Reed Hastings van Netflix. Jobs’ aandacht voor de details van het diner strekte zich uit tot het eten. Doerr stuurde hem een menuvoorstel, en hij antwoordde dat sommige gerechten die de cateraar voorstelde – garnalen, kabeljauw, linzensalade – veel te extravagant waren ‘en niet wie jij bent, John’. Hij had vooral bezwaar tegen het voorgestelde dessert, slagroomtaart met chocoladetruffels, maar de vooruitgestuurde staf van het Witte Huis schoof zijn bezwaar terzijde door tegen de cateraar te zeggen dat de president dol was op slagroomtaart. Omdat Jobs zoveel gewicht kwijt was geraakt, hield Doerr het huis zo warm dat Zuckerberg er hevig van moest zweten.
Jobs, die naast de president zat, opende het diner. ‘Ongeacht onze politieke overtuiging wil ik u zeggen dat wij hier zijn om te doen wat u vraagt om ons land te helpen.’ Ondanks dat begon het diner als een litanie van suggesties van wat de president allemaal wel niet kon doen voor de betrokken bedrijven. Zo stelde Chambers bijvoorbeeld een vrijstelling voor van belastingbetaling waardoor grote bedrijven geen belasting zouden hoeven te betalen op in het buitenland behaalde winsten, als ze die binnen een zekere periode naar de VS haalden en daar investeerden. De president ergerde zich, evenals Zuckerberg die zich tot Valerie Jarrett wendde die rechts van hem zat en fluisterde: ‘We zouden moeten praten over wat belangrijk is voor het land. Waarom heeft hij het alleen over wat goed voor hem is?’
Doerr kon de discussie een andere wending geven door iedereen te vragen om een lijstje op te stellen van actiepunten. Toen Jobs aan de beurt was, benadrukte hij de behoefte aan opgeleide technici en stelde hij voor dat buitenlandse studenten die techniek hadden gestudeerd in de VS, een visum zouden moeten krijgen om hier te blijven. Obama zei dat dat alleen mogelijk was in het kader van een ‘Droomwet’, waardoor het mogelijk was dat illegale buitenlanders die het land als minderjarigen binnen waren gekomen en high school hadden afgemaakt, Amerikaanse staatsburgers werden – iets wat de Republikeinen tegen hadden gehouden. Jobs vond dat een voorbeeld van hoe politiek tot verlamming kan leiden. ‘De president is heel slim, maar hij bleef maar redenen geven waarom dingen niet konden,’ vertelde hij. ‘Ik werd er woest van.’
Jobs drong er verder op aan dat er een manier gevonden moest worden om meer Amerikanen een technische opleiding te geven. Voor Apple werkten 700.000 fabrieksarbeiders in China, zei hij, en voor de aansturing daarvan had hij ter plaatse 30.000 technici nodig. ‘Zoveel kun je er in Amerika niet vinden om in dienst te nemen,’ zei hij. Deze fabriekstechnici hoefden niet gepromoveerd te zijn of geniaal, ze moesten alleen over de basisvaardigheden beschikken voor fabriekswerk. Ze konden worden opgeleid aan technische scholen, colleges en handelsscholen. ‘Als je die technici hier zou kunnen scholen, dan kunnen we hier meer fabrieken neerzetten.’ Dat argument maakte grote indruk op de president. De maand daarop zei hij wel twee of drie keer tegen zijn assistenten: ‘We moeten manieren vinden om die 30.000 fabriekstechnici waar Jobs ons over vertelde, op te leiden.’
Jobs merkte tot zijn genoegen dat de president er een vervolg aan gaf en ze spraken elkaar na het diner nog enkele keren telefonisch. Hij bood aan behulpzaam te zijn bij het ontwerpen van Obama’s advertenties voor zijn campagne in 2012. (Hij had hetzelfde aanbod in 2008 gedaan, maar was geïrriteerd geraakt toen Obama’s strateeg David Axelrod het niets bleek te interesseren.) ‘Ik vind politieke reclame verschrikkelijk. Ik zou graag Lee Clow uit zijn pensioen halen en dan kunnen we een paar fantastische commercials voor hem maken,’ vertelde Jobs me een paar weken na het diner. Hij had de hele week tegen de pijn moeten vechten, maar door het gepraat over politiek leefde hij op. ‘Zo af en toe wordt er een echte reclameman bijgehaald, zoals Hal Riney die voor Reagans herverkiezing in 1984 “It’s morning in America” deed. Dat is wat ik voor Obama zou willen doen.’
Het derde ziekteverlof, 2011
Als hij terugkwam, gaf de kanker altijd signalen en Jobs had geleerd die te herkennen. Hij verloor dan zijn eetlust en kreeg in heel zijn lichaam pijn. Zijn artsen deden tests, vonden niets en verzekerden hem dat hij nog helemaal schoon was. Maar zelf wist hij beter. De kanker gaf zijn signalen af en een paar maanden nadat hij die voor de eerste keer had gevoeld, ontdekten de artsen dan eindelijk dat de kanker niet langer in remissie was, dat wil zeggen dat hij weer was teruggekomen.
Een dergelijke tegenvaller begon begin november 2010. Hij had pijn, at niet meer en moest intraveneus gevoed worden door een verpleegster die aan huis kwam. De artsen vonden geen tekenen van een tumor en namen aan dat het weer zo’n periodieke cyclus was van ontstekingsbestrijding en spijsverteringsstoornissen. Hij had pijn nooit stoïcijns kunnen verdragen en zijn artsen en gezinsleden waren enigszins gewend geraakt aan zijn klachten.
Hij verbleef met zijn gezin voor Thanksgiving in Kona Village, maar hij ging er niet beter eten. Het diner werd in een gemeenschappelijke ruimte opgediend en de andere gasten deden alsof ze Jobs niet opmerkten, die er uitgemergeld uitzag en bij de maaltijden heen en weer wiegde en kreunde en zijn eten niet aanraakte. Het was een stilzwijgende overeenkomst van staf en gasten van het resort dat niets over zijn conditie naar buiten kwam. Toen hij in Palo Alto terug was, werd hij steeds emotioneler en somberder. Hij dacht dat hij dood aan het gaan was, vertelde hij tegen zijn kinderen, en dan schoot hij vol bij de gedachte dat hij misschien nooit meer een verjaardag van een van hen mee zou kunnen vieren.
Met Kerstmis woog hij nog maar 52 kilo, meer dan 20 kilo onder zijn normale gewicht. Mona Simpson kwam voor de kerstvakantie met haar ex, de tv-serieschrijver Richard Appel, en hun kinderen naar Palo Alto. De stemming werd wat beter. De gezinnen speelden taalspelletjes, zoals Novel, waarbij de deelnemers elkaar proberen af te troeven met de mooiste openingszin van een niet-bestaand boek. Het was even gezellig. Zelfs was hij in staat om een paar dagen na Kerstmis met Laurene in een restaurant te gaan dineren. De kinderen waren op skivakantie en Laurene Powell en Mona Simpson bleven om en om bij Jobs in Palo Alto.
Maar begin 2011 was echt duidelijk dat dit niet iets was wat wel weer overging. Zijn artsen vonden bewijs van nieuwe tumoren – de kanker tastte zijn eetlust nog verder aan – en ze deden hun uiterste best om uit te zoeken hoeveel medicijnen zijn uitgemergelde lichaam nog kon verdragen. Iedere centimeter van zijn lichaam voelde alsof erin gestoken werd, zei hij tegen vrienden, terwijl hij kreunde en soms ineenkromp van de pijn.
Het was een vicieuze cirkel. De eerste tekenen van kanker veroorzaakten pijn. De morfine en andere pijnstillers die hij kreeg, tastten zijn eetlust aan. Zijn alvleesklier was deels verwijderd en hij had een nieuwe lever gekregen, dus zijn spijsvertering was sowieso in de war en hij kon moeilijk eiwitten opnemen. Het gewichtsverlies maakte het moeilijk om agressieve medicijnen te nemen. Zijn uitgemergelde lichaam zorgde ervoor dat hij gevoeliger was voor infecties, en de middelen die zijn immuunsysteem moesten onderdrukken omdat zijn lichaam anders de lever af zou stoten, versterkten dit nog eens. Door het gewichtsverlies nam het laagje lipiden rond zijn pijnreceptoren af, waardoor hij nog meer pijn leed. En hij had last van extreme stemmingswisselingen, met lange vlagen van boosheid en depressies, die zijn eetlust weer aantastten.
Jobs’ eetproblemen waren in de loop der jaren verergerd door zijn houding ten aanzien van eten in het algemeen. Toen hij jong was, had hij ontdekt dat hij euforie en extase op kon wekken door te vasten. Dus hoewel hij wist dat hij moest eten – zijn artsen smeekten hem om hoogwaardige eiwitten te nemen – zat ergens achter in zijn onderbewuste, zo gaf hij toe, nog altijd zijn gewoonte om te vasten of diëten te volgen als het fruitdieet van Arnold Ehret, wat hij als tiener zo heerlijk vond. Powell bleef maar tegen hem zeggen dat het belachelijk was; zelfs wees ze hem erop dat Ehret zelf met 56 was overleden nadat hij was gestruikeld en zijn hoofd had gestoten, en ze was echt kwaad als hij aan tafel kwam om alleen maar zwijgend naar zijn schoot te zitten staren. ‘Ik wilde dat hij zichzelf dwong om te eten,’ zei ze ‘Er heerste een enorme spanning in huis.’ Bryar Brown, hun parttime kok, kwam nog steeds iedere middag om een heel scala aan lekkere gerechten te maken, maar Jobs nipte aan niet meer dan één of twee daarvan en keurde dan alles af als oneetbaar. Op een avond verkondigde hij, ‘Ik kon misschien wel eens een stukje pompoentaart eten,’ en de altijd gelijkmatige Brown maakte binnen een uur van bijna niets een prachtige taart. Jobs nam er maar een klein hapje van, maar Brown was ontroerd.
Powell sprak met specialisten in eetstoornissen en met psychiaters, maar haar man deed dat liever niet. Hij weigerde medicijnen te nemen of op een andere manier behandeld te worden voor zijn depressie. ‘Als je gevoelens hebt,’ zei hij, ‘van droefenis of kwaadheid over je kanker of je conditie, leidt het maskeren ervan naar kunstmatig leven.’ Zelfs neigde hij naar het andere uiterste. Hij werd somber, huilerig en theatraal terwijl hij bij iedereen om hem heen klaagde dat hij bijna dood was. De depressie ging deel uitmaken van de vicieuze cirkel doordat die zijn eetlust nog eens verder aantastte.
Online verschenen er foto’s en video’s van een uitgemergelde Jobs en al gauw deden geruchten de ronde over hoe ziek hij was. Het probleem was, zo besefte Powell, dat de geruchten waar waren en dus niet weg zouden gaan. Jobs had er twee jaar geleden, toen zijn lever het opgaf, met tegenzin mee ingestemd om op ziekteverlof te gaan en ook nu was hij tegen het idee. Het was dan alsof hij zijn vaderland zou verlaten en niet zeker wist of hij er nog ooit terug zou keren. Toen hij zich in januari 2011 eindelijk bij het onvermijdelijke neerlegde, hadden de leden van de raad van bestuur dit al verwacht; de telefonische vergadering waarin hij hen vertelde dat hij weer op ziekteverlof ging, duurde slechts drie minuten. Hij had met de raad tijdens vergaderingen al eerder zijn ideeën besproken over wie hem kon vervangen als er iets met hem gebeurde en zowel een oplossing voor de korte, als een voor de lange termijn voorgesteld. Het leed echter geen enkele twijfel dat in de huidige situatie Tim Cook opnieuw de leiding in handen zou nemen van de dagelijkse gang van zaken.
Laurene mocht van haar man voor de volgende zaterdagmiddag een ontmoeting met zijn artsen regelen. Hij besefte dat hij voor een soort probleem stond dat hij bij Apple nooit zo ver zou hebben laten komen. Zijn behandeling was gefragmenteerd in plaats van geïntegreerd. Ieder van zijn samenhangende stoornissen werd behandeld door een andere specialist – oncoloog, pijnspecialist, diëtist, hepatoloog en hematoloog – maar er was geen samenhangende behandeling op een manier zoals James Eason die had gecoördineerd in Memphis. ‘Een van de grote problemen in de gezondheidszorg is het ontbreken van specialisten of maatschappelijk werkers die op kunnen treden als aanvoerder van een team,’ zei Powell. Dit gold zeker voor Stanford waar niemand de leiding leek te hebben over onderzoek naar de samenhang tussen voeding en pijnbestrijding en oncologie. Daarom nodigde Powell verscheidene specialisten uit om bij haar thuis te komen voor een ontmoeting, samen met nog enkele andere specialisten van elders die een agressievere en geïntegreerde benadering toepasten, zoals David Agus van de University of Southern California. Ze kwamen een nieuw regime overeen voor de pijnbestrijding en voor de coördinatie van de andere behandelingen.
Dankzij enkele nieuwe stappen in de wetenschap was het team in staat geweest om Jobs een stap vóór de kanker te laten blijven. Hij was een van de twintig mensen ter wereld van wie alle genen van de kankercellen en van zijn normale DNA gesequenced waren. Het proces had meer dan $ 100.000 gekost.
Het sequencen en de analyse werden uitgevoerd door teams van Stanford, Johns Hopkins en het Broad Institute van MIT en Harvard, die hierbij samenwerkten. Doordat ze de unieke genetische en moleculaire signatuur kenden van Jobs tumoren, waren de artsen in staat geweest specifieke geneesmiddelen uit te kiezen die gericht waren op de kapotte moleculaire verbindingen die ervoor zorgden dat de kankercellen onbeperkt groeiden. Deze benadering, de molecular targeted cancer therapy, is effectiever dan de gewone chemotherapie, die het delen van alle lichaamscellen bestrijdt, of het nu kankercellen zijn of niet. De gerichte therapie is echter niet zaligmakend, maar het lijkt er soms wel op: artsen kunnen nu naar het grote aantal beschikbare medicijnen kijken – gebruikelijke en minder gebruikelijke, al beschikbaar of nog in ontwikkeling – om te zien welke drie of vier het effectiefst zouden kunnen zijn. Als zijn kanker dan muteerde en een van de toegepaste geneesmiddelen wist te ontwijken, dan hadden de artsen het volgende al klaarstaan.
Hoewel Powell zeer zorgvuldig toezag op de zorg voor haar man, was hij zelf degene die uiteindelijk de beslissing nam over ieder nieuw behandelingsregime. Kenmerkend was wat zich voordeed in mei 2011 tijdens een vergadering met George Fisher en andere artsen van Stanford, de analisten van het Broad Institute die het sequencen hadden uitgevoerd, en zijn adviseur, David Agus. Ze zaten allemaal rond een tafel in een suite in het Four Seasons Hotel in Palo Alto. Powell was er niet bij, maar hun zoon Reed wel. Drie uur lang werd er door de onderzoekers van Stanford en Broad verteld over de nieuwe informatie die ze hadden verkregen over de genetische signatuur van zijn kanker. Jobs was net zo ongeduldig als altijd. Op een gegeven moment onderbrak hij een analist van het Broad Institute die een vergissing had gemaakt met de PowerPoint-afbeeldingen. Jobs was boos op hem en legde uit waarom Apple’s programma Keynote zoveel beter was voor het houden van presentaties; hij bood zelfs aan om hem te leren hoe het werkte. Aan het einde van de bijeenkomst hadden Jobs en zijn team alle moleculaire gegevens bestudeerd, voor- en nadelen van iedere mogelijke behandeling bekeken en tests op een rijtje gezet, waardoor ze de behandelingen prioriteit toe konden gaan kennen.
Een van zijn artsen vertelde hem dat er hoop bestond dat zijn en vergelijkbare vormen van kanker binnenkort wel eens beschouwd konden gaan worden als een chronische ziekte, die in de hand gehouden kon worden; dan zou hij daar niet meer aan overlijden. ‘Ik ben dus straks een van de eersten die een kanker als deze de baas is, of ik ben een van de laatsten die eraan overlijdt,’ zei Jobs mij direct na een van die vergaderingen met zijn artsen. ‘Of onder de eersten die het halen, of onder de laatsten die eraan onderdoor gaan.’
Bezoek
Toen zijn ziekteverlof van 2011 aangekondigd werd, leek de situatie zo ernstig dat Lisa Brennan-Jobs na meer dan een jaar weer contact opnam en een week later vanuit New York over kwam vliegen. De relatie met haar vader was er vooral een van rancune. Het was goed te begrijpen dat ze beschadigd was door het feit dat hij haar had verlaten en de eerste tien jaar van haar leven nauwelijks had willen zien. En dan had ze iets van zijn opvliegendheid geërfd en, volgens hem, iets van de wrok van haar moeder. ‘Ik heb haar zo vaak gezegd dat ik wilde dat ik een betere vader voor haar was geweest toen ze een jaar of 5 was, maar nu moet ze de dingen loslaten in plaats van de rest van haar leven boos te zijn,’ zei hij vlak voor haar aankomst.
Het bezoek verliep goed. Jobs ging zich net wat beter voelen en hij was in de stemming om onenigheden bij te leggen en te getuigen van zijn liefde voor de mensen om hem heen. Lisa, 32 jaar inmiddels, had voor het eerst in haar leven een serieuze relatie. Haar vriend was een beginnende filmregisseur uit Californië en Jobs stelde zelfs voor dat ze weer in Palo Alto kwam wonen als ze trouwden. ‘Kijk, ik weet niet hoe lang ik nog in deze wereld zal zijn,’ zei hij tegen haar. ‘De artsen kunnen het me niet vertellen. Als je me vaker wilt zien, dan zul je hier moeten gaan wonen. Waarom denk je er niet eens over na?’ Hoewel Lisa niet naar de westkust verhuisde, was Jobs blij met hoe de verzoening was verlopen. ‘Ik was er niet zeker van of ik haar wel op bezoek wilde hebben, omdat ik ziek ben en er geen complicaties bij wilde hebben. Maar ik ben erg blij dat ze gekomen is. Het hielp om een heleboel dingen in mij tot rust te brengen.’
Jobs kreeg diezelfde maand nog iemand op bezoek die onenigheden bij wilde leggen. Larry Page, een van de oprichters van Google, woonde nog geen drie straten van Jobs en had zojuist plannen bekendgemaakt om de teugels van het bedrijf weer van Eric Schmidt over te nemen. Hij wist precies hoe hij Jobs moest vlijen: hij vroeg of hij langs mocht komen voor een paar tips over hoe hij een goede CEO moest zijn. Jobs was nog steeds woedend op Google. ‘Mijn eerste gedachte was, “Fuck you”,’ vertelde hij. ‘Maar toen dacht ik er nog eens over na en besefte dat iedereen mij geholpen had toen ik jong was, van Bill Hewlett tot die man aan het einde van de straat die voor HP werkte. Dus belde ik hem terug en zei, waarom niet.’ Page kwam, zat in de woonkamer en luisterde naar Jobs’ ideeën over het maken van geweldige producten en duurzame bedrijven. Jobs vertelde over dit bezoek:
==
We praatten veel over focus en over het kiezen van mensen. Hoe je kunt weten wie je kunt vertrouwen en hoe je een team van ondergeschikten op kunt bouwen waar je op kunt rekenen. Ik beschreef hoe hij moest verdedigen en aanvallen om te voorkomen dat het bedrijf futloos werd of vol kwam te zitten met B-spelers. Het voornaamste dat ik benadrukte, was focus. Bedenk wat Google moet zijn als het bedrijf volwassen is. Nu doet het van alles wat. Wat zijn de vijf producten waarop je je wilt richten? Doe de rest weg, want die halen je naar beneden. Ze maken een Microsoft van je. Zij zorgen ervoor dat je producten maakt die wel voldoen maar niet geweldig zijn. Ik heb geprobeerd zo behulpzaam mogelijk te zijn. Ik zal dat ook altijd zijn met mensen als Mark Zuckerberg. Dat is hoe ik een deel van de tijd die me nog rest, zal besteden. Ik kan de volgende generatie herinneren aan de lijn van grote bedrijven hier en hoe ze de traditie voort kunnen zetten. De Valley heeft voor mij heel veel betekend. Ik zou mijn best moeten doen om dat terug te betalen.
Ook anderen voelden zich geroepen om na de aankondiging van zijn ziekteverlof een bedevaart naar Jobs’ huis in Palo Alto te maken. Zo kwam Bill Clinton langs en bespraken ze van alles, van het Midden-Oosten tot de Amerikaanse politiek. Maar het aangrijpendste bezoek was dat van dat andere in 1955 geboren technologische wonderkind, de man die meer dan drie decennia lang Jobs’ rivaal en partner was geweest in het karakteriseren van het pc-tijdperk.
Bill Gates was altijd geboeid gebleven door Steve Jobs. In het voorjaar van 2011 waren we beiden bij een diner in Washington, waar hij naartoe was gekomen om uitleg te geven over wat zijn stichting deed voor de gezondheidsproblematiek wereldwijd en voor het onderwijs in de VS. Hij vertelde hoe verbaasd hij was over het succes van de iPad en hoe Jobs zich, hoe ziek ook, richtte op manieren om hem nog te verbeteren. ‘Hier ben ik, die alleen maar de wereld wil redden van malaria en dat soort dingen, en Steve verzint nog steeds nieuwe producten,’ zei hij weemoedig. ‘Misschien had ik me bij dat spelletje moeten houden.’ Hij glimlachte om er zeker van te zijn dat ik wist dat hij het niet meende, of althans niet helemaal.
Via hun gemeenschappelijke vriend Mike Slade sprak Gates af om Jobs in mei op te komen zoeken. De dag voor de afspraak belde Jobs’ assistent om te zeggen dat hij zich niet goed genoeg voelde. Maar ze maakten een nieuwe afspraak en op een dag aan het begin van de middag reed Gates naar Jobs’ huis, liep door het hek in de achtertuin naar de openstaande keukendeur en zag daar Eve, die aan de tafel zat te leren. ‘Is Steve in de buurt?’ vroeg hij. Eve wees hem waar de woonkamer was.
Ruim drie uur lang zaten ze samen, met z’n tweeën, herinneringen op te halen. ‘We waren net twee ouwe gabbers uit het vak die terugkeken,’ vertelde Jobs. ‘Hij was vrolijker dan ik hem ooit heb gezien en ik bleef maar denken hoe gezond hij eruitzag.’ Gates was net zo getroffen door Jobs’ energie, hoe angstaanjagend mager hij er ook uitzag. Hij vertelde openlijk over zijn gezondheidsproblemen en dat hij, die dag tenminste, optimistisch was. Zijn achtereenvolgende behandelingen van de molecular targeted cancer therapy, zo vertelde hij Gates, waren als ‘het springen van het ene waterlelieblad op het andere’ om zo te proberen de kanker een stap voor te blijven.
Jobs stelde enkele vragen over onderwijs en Gates schetste zijn visie op hoe scholen zouden gaan worden, met leerlingen die gemeenschappelijk en individueel lessen op een tabletcomputer volgen terwijl de tijd in de klas wordt besteed aan discussie en probleemoplossing. Ze waren het erover eens dat computers tot nu toe verrassend weinig invloed hadden gehad op het onderwijs – veel minder dan op andere gebieden van de maatschappij, zoals de media en de geneeskunde en het recht. Om dat ook op scholen te bereiken, zei Gates, zouden computers en mobiele apparaten meer persoonlijk aangepaste lessen moeten kunnen bevatten en de leerling motiverende feedback geven.
Ook hadden ze het over hoe leuk het was om een gezin te hebben, en over hoe blij ze waren dat ze leuke kinderen hadden en met de juiste vrouw waren getrouwd. ‘We lachten over hoe gelukkig het was dat hij Laurene was tegengekomen, die hem zo’n beetje geestelijk gezond heeft weten te houden, en ik Melinda tegenkwam en dat zij mij zo’n beetje geestelijk gezond heeft weten te houden,’ vertelde Gates. ‘Ook hadden we het erover hoe moeilijk het was om een van onze kinderen te zijn, en hoe we dat konden verzachten. Het was behoorlijk persoonlijk.’ Op een gegeven moment kwam Eve, die vroeger wel met Gates’ dochter Jennifer aan paardrijwedstrijden had meegedaan, de woonkamer binnenlopen en Gates vroeg haar wat voor soort springwedstrijden zij het leukst vond.
Aan het einde van het bezoek complimenteerde Gates Jobs met ‘de ongelooflijke dingen’ die hij had gemaakt en dat hij Apple eind jaren negentig had weten te redden van de idioten, die het bedrijf te gronde aan het richten waren. Hij deed zelfs een interessante handreiking. Gedurende hun hele carrière hadden ze tegengestelde filosofieën aangehangen over de allerfundamenteelste van alle digitale kwesties: of hardware en software nauw geïntegreerd moesten zijn, ‘gesloten’, of juist niet, ‘open’. ‘Ik geloofde altijd dat het open, horizontale model zou winnen,’ zei Gates tegen Jobs. ‘Maar jij hebt bewezen dat het geïntegreerde, verticale model ook fantastisch kan zijn.’ Jobs reageerde met een eigen bekentenis. ‘Jouw model werkte toch ook,’ zei hij.
Ze hadden allebei gelijk. Beide modellen bestonden in de wereld van de personal computer, met aan de ene kant de Macintosh en aan de andere kant talloze Windows-machines, en dat zou vermoedelijk ook zo worden in de wereld van de mobiele apparaten. Maar toen Gates mij over het gesprek met Jobs vertelde, voegde hij er een voorbehoud aan toe: ‘De geïntegreerde benadering werkt goed met Jobs aan het roer. Maar dat wil niet zeggen dat het in de toekomst nog veel rondes zal gaan winnen.’ Jobs voelde zich ook verplicht om een voorbehoud toe te voegen nadat hij van zijn kant over het bezoek had verteld. ‘Natuurlijk, zijn gefragmenteerde model werkt, maar er komen geen geweldige producten uit voort. Dat was het probleem. Het grote probleem. In de loop van de tijd tenminste.’
‘Die dag is aangebroken’
Jobs had nog steeds ideeën en projecten die hij hoopte te kunnen ontwikkelen. Zo wilde hij de schoolboekenuitgeverijen aanpakken en de ruggengraat van de leerlingen redden, die kromliepen onder het gewicht van hun rugtas vol boeken, door de teksten en andere leermaterialen elektronisch ter beschikking te stellen voor de iPad. Hij werkte samen met Bill Atkinson, zijn vriend uit het oorspronkelijke Macintosh-team, aan het ontwerpen van nieuwe technologie op pixelniveau om mensen betere foto’s te kunnen laten maken met hun iPhone, zelfs in situaties met weinig licht. En hij wilde graag voor televisies doen wat hij met pc’s, muziekspelers en telefoons had gedaan: ze eenvoudiger en eleganter maken. ‘Ik wil nog graag een geïntegreerde tv maken die op alle fronten makkelijk te gebruiken is,’ vertelde hij me. ‘Hij moet naadloos gesynchroniseerd zijn met al je andere apparaten en met iCloud.’ Niet langer zouden gebruikers dan hoeven te knoeien met ingewikkelde afstandsbedieningen voor dvd-spelers en alle stations op de kabel. ‘Hij moet de eenvoudigste gebruikersinterface hebben die je je maar voor kunt stellen. Ik heb eindelijk door hoe dat moet.’
Maar in juli 2011 was de kanker uitgezaaid naar zijn botten en andere delen van zijn lichaam en hadden zijn artsen grote moeite om de juiste medicijnen te vinden om de ziekte te bestrijden. Hij leed pijn, had weinig energie en ging niet meer naar zijn werk. Met Laurene had hij een boot gereserveerd om aan het einde van de maand te gaan zeilen, maar dat ging niet door. Hij at nu nog nauwelijks vast voedsel en de meeste dagen lag hij in zijn slaapkamer tv te kijken.
In augustus kreeg ik de boodschap dat hij me wilde spreken. Toen ik op een zaterdagmorgen bij zijn huis arriveerde, sliep hij nog en ging ik bij zijn vrouw en kinderen in de tuin zitten, die vol stond met gele rozen en allerlei soorten margrieten, totdat hij liet weten dat ik binnen moest komen. Ik trof hem opgerold op zijn bed aan in een kaki korte broek en een witte coltrui. Zijn benen waren dun als stokjes, maar zijn glimlach straalde rust uit en hij dacht snel na. ‘We kunnen beter opschieten, omdat ik maar heel weinig energie heb,’ zei hij.
Hij wilde me een paar van zijn eigen foto’s laten zien, zodat ik er enkele uit kon kiezen voor dit boek. Omdat hij te zwak was om uit bed te komen, wees hij op verschillende laden in de kamer en bracht ik hem voorzichtig de foto’s die daarin lagen. Terwijl ik op de rand van het bed zat, hield ik ze één voor één omhoog, zodat hij ze kon zien. Sommige riepen verhalen op, andere niet meer dan een grom of een glimlach. Ik had nog nooit een foto van zijn vader, Paul Jobs, gezien en was enigszins verrast toen ik een fotootje tegenkwam van een knappe, getaande man uit de jaren vijftig met een kleuter op zijn arm. ‘Ja, dat is hem,’ zei hij. ‘Die kun je gebruiken.’ Daarna wees hij op een doos bij het raam waarin een foto zat van zijn vader, die hem liefdevol aankeek op zijn bruiloft. ‘Hij was een geweldige man,’ zei Jobs rustig. Ik mompelde iets van: ‘Hij zou trots op je zijn geweest.’ Jobs corrigeerde me: ‘Hij was trots op me.’ [Paul Jobs was in 1993 overleden.]
De foto’s leken hem een tijdlang energie te geven. We bespraken wat verschillende mensen uit zijn verleden, van Tina Redse via Mike Markkula tot Bill Gates, nu van hem zouden denken. Ik vertelde hem wat Gates had gezegd na zijn laatste bezoek, namelijk dat Apple had aangetoond dat de geïntegreerde aanpak werkt, maar alleen ‘als Steve aan het roer staat’. Jobs vond dat belachelijk. ‘Iedereen had op die manier betere producten kunnen maken, niet alleen ik,’ zei hij. Dus vroeg ik hem om een ander bedrijf te noemen dat geweldige producten maakte door vast te houden aan end-to-end integratie. Hij dacht even na om een goed voorbeeld te vinden. ‘De autofabrikanten,’ zei hij ten slotte, maar voegde daaraan toe, ‘of dat was vroeger tenminste zo.’
Toen ons gesprek op de beroerde staat van de economie en de politiek kwam, had hij zijn mening klaar over het ontbreken van leiderschap in de wereld. ‘Ik ben teleurgesteld in Obama,’ zei hij. ‘Hij heeft moeite met het geven van leiding omdat hij niet graag mensen schoffeert of wegstuurt.’ Hij zag wat ik dacht en gaf met een glimlach toe: ‘Ja, daar heb ik nooit last van gehad.’
Na een uur of twee werd hij stil en stond ik van het bed op om te vertrekken. ‘Wacht,’ zei hij, en hij gebaarde me om weer te gaan zitten. Het duurde twee minuten voordat hij weer voldoende energie had om iets te zeggen. ‘Ik heb me erg ongerust gemaakt over dit project,’ zei hij ten slotte – hij had het over zijn initiatief om dit boek te laten schrijven. ‘Ik was echt bezorgd.’
‘Waarom heb je het dan gedaan?’ vroeg ik.
‘Ik wilde dat mijn kinderen me zouden kennen,’ antwoordde hij. ‘Ik stond niet altijd voor ze klaar en ik wilde ze laten weten waarom en ze laten begrijpen wat ik heb gedaan. Toen ik ziek werd besefte ik bovendien dat andere mensen na mijn dood over me zouden gaan schrijven, terwijl ze niets weten. Dan zouden ze alles verkeerd hebben. Dus wilde ik ervoor zorgen dat iemand zou horen wat ik te zeggen had.’
Gedurende de twee jaar dat dit project duurde, heeft hij nooit gevraagd wat ik in het boek opnam of tot welke conclusie ik was gekomen. Maar nu keek hij me aan en zei: ‘Ik weet dat er een heleboel in je boek komt dat ik niet leuk zal vinden.’ Het was meer een vraag dan een uitspraak en toen hij me aan bleef kijken alsof hij op het antwoord wachtte, knikte ik glimlachend en zei ik dat ik ervan overtuigd was dat dat zo zou zijn. ‘Dat is goed,’ zei hij. ‘Dan lijkt het tenminste niet op een zelf gefabriceerd verhaal. Ik wilde het een hele tijd niet lezen omdat ik me niet kwaad wil maken. Misschien lees ik het over een jaar – als ik er dan nog ben.’ Inmiddels waren zijn ogen dicht en was zijn energie op, dus vertrok ik stil.
Terwijl zijn gezondheid tijdens de zomer steeds verder achteruitging, begon Jobs het onvermijdelijke onder ogen te zien: hij zou niet als CEO bij Apple terugkeren. Het was tijd om ontslag te nemen. Hij worstelde wekenlang met dat besluit en besprak het met zijn vrouw, Bill Campbell, Jony Ive en George Riley. ‘Een van de dingen die ik nog voor Apple wilde doen, was een voorbeeld stellen hoe je op de juiste wijze de macht overdraagt,’ vertelde hij me. Hij maakte een grapje over al die keren in de afgelopen vijfendertig jaar dat de overgang bij het bedrijf ruw was verlopen. ‘Het is altijd een drama geweest, alsof het een derdewereldland was. Mijn doel is deels geweest om van Apple het beste bedrijf ter wereld te maken, en een keurige overdracht is daarvoor de sleutel.’
De beste tijd en plaats voor de overdracht, zo besloot hij, was tijdens de gewone al geplande vergadering van de raad van bestuur op 24 augustus. Hij wilde het heel erg graag zelf doen, in plaats van een brief te sturen of telefonisch deel te nemen, en dus dwong hij zichzelf om iets te eten om een beetje kracht terug te krijgen. De dag voor de vergadering besloot hij dat hij er sterk genoeg voor was, maar dat hij wel een rolstoel nodig zou hebben. Er werd geregeld dat hij naar het hoofdkwartier werd vervoerd en zo stiekem mogelijk naar de vergaderzaal werd gereden.
Hij arriveerde er tegen elf uur, toen de raadsleden bezig waren met de afronding van commissierapporten en andere routinezaken. De meesten wisten wat er te gebeuren stond. Maar in plaats van direct over te stappen op wat iedereen dacht, behandelden Tim Cook en Peter Oppenheimer, de financieel directeur, eerst nog de kwartaalcijfers en de verwachtingen voor het komende jaar. Daarna zei Jobs dat hij iets persoonlijks had op te merken. Cook vroeg of hij en de andere managers zouden moeten vertrekken, en na een stilte van dertig seconden besloot Jobs dat dat beter was. Toen er in de zaal alleen nog de zes leden van de raad van bestuur van buiten het bedrijf aanwezig waren, begon hij een brief voor te lezen die hij de voorgaande weken had gedicteerd en gecorrigeerd. ‘Ik heb altijd gezegd dat, als er een dag zou komen waarop ik niet meer aan mijn verplichtingen en verwachtingen als Apple’s CEO kon voldoen, ik de eerste zou zijn om jullie dat te laten weten,’ zo begon hij. ‘Jammer genoeg is die dag aangebroken.’
De brief was eenvoudig, direct en slechts acht zinnen lang. Hij stelde erin voor dat Cook hem zou vervangen en hij bood aan om voorzitter te worden van de raad. ‘Het is mijn overtuiging dat Apple’s mooiste en innovatiefste tijd nog voor ons ligt. En ik verheug me erop om het succes in mijn nieuwe rol te mogen aanschouwen en eraan bij te dragen.’
Er volgde een lange stilte. Al Gore sprak als eerste en zette al Jobs’ prestaties binnen het bedrijf op een rij. Mickey Drexler voegde hieraan toe dat Jobs’ transformatie van Apple ‘het ongelooflijkste is wat ik in de zakenwereld ooit heb gezien’ en Art Levinson prees Jobs’ toewijding om ervoor te zorgen dat de overdracht feilloos zou verlopen. Campbell zei niets, maar er stonden tranen in zijn ogen toen er gestemd werd over de formele besluiten om de macht over te dragen.
Tijdens de lunch kwamen Scott Forstall en Phil Schiller binnen om modellen te laten zien van enkele producten waar Apple mee bezig was. Jobs overlaadde hen met vragen en ideeën, vooral over welke capaciteit de netwerken van de vierde generatie voor mobiele apparatuur zouden gaan hebben en over welke mogelijkheden nieuwe mobiele telefoons moesten beschikken. Forstall demonstreerde op een gegeven moment een app voor stemherkenning. Zoals hij al had gevreesd pakte Jobs zijn telefoon midden in de demonstratie af om te proberen of hij de app in verwarring kon brengen. ‘Hoe is het weer in Palo Alto?’ vroeg hij. De app gaf antwoord. Na nog enkele van dat soort vragen, stelde Jobs hem op de proef: ‘Ben je een man of een vrouw?’ Tot ieders verbijstering antwoordde de app met zijn metalige stem: ‘Ze hebben me geen geslacht toegekend.’ Voor een ogenblik klaarde de stemming in de zaal op.
Toen het gesprek op tabletcomputers kwam, konden sommigen het gevoel van triomf niet onderdrukken over het feit dat HP zich hieruit plotseling had teruggetrokken, omdat het niet kon concurreren met de iPad. Maar Jobs werd somber en verklaarde dat het eigenlijk een droevig moment was. ‘Hewlett en Packard hebben een geweldig bedrijf opgebouwd en dachten dat ze het in goede handen hadden achtergelaten,’ zei hij. ‘Maar nu wordt het in stukken gescheurd en vernietigd. Het is tragisch. Ik hoop dat mijn nalatenschap sterker is en dat dit nooit met Apple zal gebeuren.’ Terwijl hij aanstalten maakte om te vertrekken, verzamelden de leden van de raad zich om hem heen om hem te omhelzen.
Na een gesprek met de directie om hen op de hoogte te stellen, ging Jobs met George Riley naar huis. Toen ze aankwamen, was Powell bezig, met hulp van Eve, met het oogsten van honing uit haar bijenkorven. Ze deden hun beschermende kleding uit en namen de honingpot mee naar de keuken waar Reed en Erin zaten, zodat ze de rustig verlopen overdracht konden vieren. Jobs nam een lepel honing en zei dat hij heerlijk zoet was.
Die avond benadrukte hij tegen mij dat hij hoopte dat hij voor Apple bezig kon blijven zolang zijn gezondheid dat toestond. ‘Ik ga aan nieuwe producten werken, aan marketing en aan andere dingen die ik leuk vind,’ zei hij. Maar toen ik hem vroeg hoe het echt voelde om de macht over het bedrijf dat hij had opgebouwd, af te moeten staan, klonk hij somber en sprak hij in de verleden tijd. ‘Ik heb een erg mooie carrière gehad, een erg mooi leven,’ antwoordde hij. ‘Ik heb alles gedaan wat ik kon doen.’